Powered by 2G - © 2012 - Ds. G.H. Kerstencentrum. Alle rechten voorbehouden

Huisvestingsvoorstel PO en VO

Donderdag 30 maart 2017

De werkgeversorganisaties PO-raad en VO-raad en de Vereniging van Nederlandse Gemeenten (VNG) deden eind vorig jaar een voorstel over de verdeling van de verantwoordelijkheden bij renovatie en nieuwbouw van schoolgebouwen. Volgens de betrokken organisaties is het belangrijkste knelpunt dat schoolbesturen en gemeenten niet altijd overeenstemming bereiken over de verdeling van de verantwoordelijkheden.

Wat is de kern van het voorstel?

Het gelijktrekken van posities van schoolbesturen en gemeenten. Zo staat in het plan dat gemeentebesturen in samenspraak met de schoolbesturen een integraal huisvestingsplan (IHP) voor ten minste vijftien jaar moeten vaststellen. Verder wordt voorgesteld dat alle schoolbesturen daarnaast een meerjarig onderhoudsplan (MOP) per schoolgebouw vaststellen en voor de uitvoering daarvan middelen reserveren. Renovatie wordt een gezamenlijke verantwoordelijkheid van gemeenten en schoolbesturen en moet de levensduur van een schoolgebouw met ten minste 25 jaar verlengen, moet voldoen aan de eisen van het Bouwbesluit en moet het gebouw geschikt maken voor het onderwijs van de toekomst.

 

Wat is het vervolg?

Staatssecretaris Dekker heeft eind 2016 op het voorstel van PO-raad, VO-Raad en VNG gereageerd. Hij heeft positief beoordeeld dat gemeenten en schoolbesturen gezamenlijk zorg willen dragen voor de kwaliteit van de huisvesting van scholen over een langere periode.

Wel zal er eerst nog meer onderzoek plaats moeten vinden, waarbij in ieder geval de volgende vragen een plaats krijgen:

  • Hoe moet dit juridisch worden vormgegeven?
  • Hoe worden de onderlinge verantwoordelijkheden van gemeenten en schoolbesturen precies belegd?
  • Wat zijn de financiële consequenties van het plan?
  • Op welke wijze moet het investeringsverbod aangepast worden?
  • Welke extra lastendruk voor schoolbesturen en gemeenten levert dit op?

De staatssecretaris heeft aangegeven dat het aan het volgende kabinet is om de financiële aspecten tegen het licht te houden.