Powered by 2G - © 2012 - Ds. G.H. Kerstencentrum. Alle rechten voorbehouden

Afschaffing van de fictieve dienstbetrekking voor toezichthouders

Donderdag 25 augustus 2016

Maken uw toezichthouders gebruik van de fictieve dienstbetrekking? In dat geval heeft u te maken met het besluit van de staatssecretaris van Financiën over de afschaffing daarvan. De fictieve dienstbetrekking wordt per D.V. 1 januari 2017 afgeschaft. Dit betekent dat er geen verplichting meer bestaat voor de inhouding en afdracht van loonheffingen. Voor toezichthouders die een vrijwilligersvergoeding of geen vergoeding ontvangen, heeft het besluit geen consequenties. Ook wijzigt er niets wanneer de vergoeding bruto wordt uitbetaald aan de toezichthouder. Voor de toezichthouders die wel gebruikmaken van de fictieve dienstbetrekking, zetten we gevolgen van de wetswijziging op een rij.


Overgangsregeling
Tot en met D.V. 31 december 2016 is er sprake van een overgangsregeling. Er zijn de volgende mogelijkheden.
  • Stopzetten verloning
De vergoeding van de toezichthouder wordt belast via zijn aangifte inkomstenbelasting. De vergoeding wordt niet meer betrokken in de loonheffing. Er dient een opgave van de uitbetaling richting de Belastingdienst te worden gedaan.
  • Verloning voortzetten tot 1 januari 2017
Er hoeft niets te worden gewijzigd.
  • Verloning voortzetten na 31 december 2016
De onderwijsinstelling en toezichthouder kiezen voor ‘opting in’, oftewel het kwalificeren van de werkrelatie als ‘werknemer voor de loonheffing’ (pseudo-werknemerschap). De keuze moet vóór 1 januari 2017 worden gemaakt. Opting in is mogelijk onder de volgende voorwaarden:
- verrichting van arbeid door de toezichthouder;
- de verrichte werkzaamheden vormen geen belaste winst voor de inkomstenbelasting.
Wanneer goedkeuring van de Belastingdienst wordt verkregen, kan de betaling via de loonadministratie doorlopen. De werkgeversheffing vervalt.

Geen invloed btw
De wet- en regelgeving voor toezichthouders voor de btw blijft ongewijzigd. Dit betekent dat de toezichthouder de btw in rekening moet brengen bij de onderwijsinstelling en de btw zelf moet afdragen op aangifte. Een uitzondering daarop is indien de Belastingdienst aan de toezichthouder een ontheffing heeft verleend voor de btw.